×

Inhoudstafel

Deel 1 - Werk aan de winkel
1.1. Koopkracht – De afbrokkeling gaat verder 1.2. Belgische werknemers kosten niet te veel 1.3. Productiviteit en lonen - werknemers krijgen niet het deel waar ze recht op hebben 1.4. Het inkomen van een CEO was in 2017 haast 7X zo groot als dat van een werknemer 1.5. Belastingen op ondernemingen: helemaal niet te hoog 1.6. Belgische bedrijven liggen aan het subsidieinfuus 1.7. De loonkloof: een oud zeer
Deel 2 – Arbeid is geen koopwaar
2.1. Heeft België echt een groeispurt gemaakt? 2.2. Hoe zit het met de beloofde jobs? 2.3. Werkloosheid en armoede: de werkloosheid "daalt"
Deel 3 - Het hoofd bieden aan de flexonzekerheid en opkomende digitalisering
3.1. Deeltijdse en tijdelijke jobs 3.2. Flexi-jobs = dumpingjobs 3.3. Ziekte en reïntegratie 3.4. De digitale kloof
Deel 4 – Verbreed en verdiep de toegang tot de sociale zekerheid
4.1. Sociale uitkeringen: onvoldoende om risico's mee te dekken 4.2. Onze pensioenen laten niet toe waardig ouder te worden
Deel 5 – Een rechtvaardige transitie als waarborg voor een duurzame toekomst
5.1. Investeer in duurzame mobiliteit 5.2. Te veel energiearmoede in België

Werk aan de winkel
Herstel van onze koopkracht

1.1 Koopkracht – De afbrokkeling gaat verder

De lonen volgen niet langer de gestegen levensduurte. Het Europees Vakbondinstituut (ETUI) bekeek hoe onze lonen evolueerden als je rekening houdt met de inflatie, dus prijsstijgingen.

Bron: Benchmarking Working Europe, ETUI (2018)

Conclusie: de Belg verloor gemiddeld 1,7% aan koopkracht over de jaren 2016 en 2017 heen. In 2016 kon je met 100 euro meer aan goederen en diensten kopen dan vandaag.

De redenen?

De regering-Michel duwt de koopkracht van werknemers naar beneden om ons land ‘competitiever’ te maken op internationale markten. Dat deed ze door de indexsprong, maar ook door lage opgelegde loonmarges (bovenop de index) en het optrekken van taxen, accijnzen en prijzen voor publieke diensten en goederen.

Evolutie beschikbaar inkomen 2000-2016

Griekenland

-11,02%

Italië

-5,29%

Portugal

0,22%

Spanje

4,83%

België

8,22%

Oostenrijk

9,25%

Eurozone

10,54%

Nederland

12,01%

Frankrijk

15,63%

Luxemburg

16,95%

Duitsland

17,59%

Europese Unie

18,56%

Verenigd Koninkrijk

21,14%

Denemarken

25,74%

Slovenië

26,65%

Hongarije

29,23%

Finland

30,54%

Ierland

33,19%

Tsjechië

41,91%

Zweden

45,74%

Bron: Europese Commissie

© 2018 Federaal ABVV (Algemeen Belgisch Vakverbond)
Sitemap
Disclaimer